In de Wilhelminakerk bevinden zich aan beide zijden van het orgel een drietal glas-in-loodramen. Wim Korteweg (1910 – 1988), de ontwerper en maker, geeft de volgende uitleg bij de ramen:

“Toen mij de opdracht werd verstrekt om de Schepping en de Herschepping in de gebrandschilderde glas-in-loodramen uit te beelden, was ik mij spoedig bewust van de zwaarte van deze opgave. Immers, uit het scheppingsverhaal, zoals in onze Bijbel weergegeven staat, is het ieder duidelijk dat de scheppingsdaad nooit is weer te geven, hoogstens het scheppingsresultaat, en dat nog slechts bij benadering. Een uitbeelding van de Herschepping behoort eenvoudig tot de onmogelijkheden. Zoals er staat geschreven is de herschepping ‘hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord en in het hart der mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben’.
Dit is de reden, dat ik in hoge mate gebruik heb gemaakt van de symboliek uit de Heilige Schrift.

De Schepping

In dit drietal ramen komt tot uitdrukking de belijdenis: Ik geloof in God, de Vader, de Almachtige, Schepper des hemels en der aarde.
Boven in het middelste raam komt vanuit de eeuwigheid de scheppende hand van God.
En God sprak: Er zij licht! En er was licht. Daarin het alziend oog van God, dat zag al wat Hij gemaakt had. Het licht doorstraalt de ganse schepping: wolken en dampkring, als ook de gehele kosmos, voorgesteld door de iets lager aangebrachte concentrische cirkels.

Adam, staande als koning der schepping boven de geschapen aarde met haar volheid, verwacht in volle overgave alles van boven, van God, de bron van alle licht en leven.
Het linkerraam geeft de zon te zien in haar op- en ondergang. “Het was morgen geweest en het was avond geweest…”. Dan volgen de dampkring (wolken) met scheiding tussen water en water. Nog in de wolken de regenboog, het eerste symbool van Gods trouw; vervolgens de zee, waarin de vissen het gewriemel van levend gedierte laten zien.
Tenslotte het zeepaardje als beeld van schoonheid en sierlijkheid der waterdieren.

Het rechterraam stelt de nacht voor met de wassende maan en fonkelende gesternte. Daaronder de vallende adelaar, de koning der vogels, enkele sierlijke duiven en ten laatste de leeuw, de koning der dieren in al zijn fierheid en kracht.

De Latijnse spreuk “Omnia ad majorum Dei gloriam” betekent “Alles tot meerdere glorie van God” slaat op het geheel van dit drietal ramen.

De Herschepping

De hoofdgedachte in dit drietal ramen is: Ik geloof in de wederopstanding aller dingen en het eeuwige leven.
Het middelste raam, dat een rijke opeenstapeling is van Bijbelse symboliek, zoals die voorkomt in de Openbaringen van Johannes, begint bovenin met de gouden lichtstad met haar paarlen poorten, het nieuwe Jeruzalem, neerdalende van God uit de hemel.
Daaronder volgt, hetgeen de ziener op Patmos opmerkt, wanneer hij in die gouden lichtstad mag binnenzien. Allereerst de steen Jaspis: Die op de troon zat was de steen Jaspis gelijk. Rondom de troon de regenboog, symbool van Gods trouw.

Uit de troon komen donderslagen en bliksemen. Vóór de troon de glazen zee. Boven de troon de zeven geesten Gods, evenals de Oudtestamentische zevenarmige kandelaar.
Voor de compositie van het raam konden de vier dieren niet gegroepeerd worden rond de troon zoals de Openbaringen voorschrijft. Ze zijn onder elkaar geplaatst.
Het eerste dier was een leeuw gelijk, het tweede een rund, het derde had het aanzien van een mens, het vierde was een vliegende arend gelijk. Elk dier had zes vleugelen rondom, zeggende “Sanctus, sanctus, sanctus!”(heilig).
Rondom de vier dieren zijn gerangschikt de 24 kronen van de 24 ouderlingen, de vertegenwoordigers van de Kerk des Heren, die hun kronen neerwerpen voor de troon des Almachtigen, zeggende: “Gij Here, zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid en de eer en de kracht want Gij hebt alle dingen geschapen…”
En ik zag en zie in het midden van de troon en van de vier dieren en van de vierentwintig ouderlingen een Lam staande als geslacht.
En het Lam was gerechtigd het boek te openen en zijn zeven zegelen te verbreken.
De Latijnse spreuk boven in het raam luidt vertaald: U zij lof, o Christus.

De spreuk in het benedendeel: Kom, o Schepper.
Links van dit middelste raam is de bede uitgebeeld: Adveniat regnum tuum, dat wil zeggen Uw koninkrjik kome. Het stelt voor het witte paard uit Openbaringen 19:11. “En die daar op zat was getrouw en waarachtig. Hij was gekleed met een kleed, dat in bloed geverfd was.” het is de opgestane Christus, die zegeviert over de vorst der duisternis. De oude slang, de draak, de overste der wereld, die de aarde in de greep van zijn verstikkende omstrengeling houdt, gaat onder in de poel, die daar brandt van vuur en sulfer.
Daartussen de schallende bazuinen die Christus’ wederkomst aankondigen, en de weegschaal als symbool van Gods rechtvaardig oordeel.

Het rechtse raam wil in het bovenste vak een symbolische voorstelling geven van de Heilige Drie-eenheid. Gloria Patri et Filio et Spiritus Sancto wil zeggen Lof de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
De rode cirkelkern symboliseert de liefde van het vaderhart; de ster is Christus, de blinkende morgenster; de duif het bekende beeld van de Heilige Geest.
Uit deze Drie-eenheid is het eeuwige leven gesymboliseerd door het altijd groen klimop, dankzij Gods onverbreekbare trouw, uitgebeeld door de ring, de regenboog en de letters Alpha en Omega.
Het eeuwige leven zelf is in het onderste deel van het raam weergegeven door de rivier van het water des levens, de boom des levens, voortbrengende twaalf vruchten en de bladeren van de boom waren tot genezing der heidenen.
Het teken P-X in de kern van de vrucht is het oude Christus-monogram.”

Bij de uitvoering van dit ontwerp zullen enkele wijzigingen noodzakelijk zijn. Zo zullen bijvoorbeeld de vogels Phoenix en de Pelikaan in het eerste en derde raam vervallen, omdat men meent dat deze van oorsprong heidense symbolen niet passen in het geheel van deze Bijbelse symboliek.

De zaaier

Aan de straatkant van de Wilhelminakerk bevindt zich een rond glas in lood raam, waarmee de zaaier wordt uitgebeeld. Dit raam verbeeldt de gelijkenis van de zaaier (zie Mattheüs 13:1-9, Marcus 4: 1-9 en Lucas 8: 4-8). Bijzonder is dat elke voorganger, die in de Wilhelminakerk op de kansel staat, tijdens de Schriftuitleg uitzicht heeft op het beeld van de Zaaier…

De overige ramen
Naast de hierboven genoemde thematische ramen is het gehele kerkgebouw verder voorzien van ‘gewone’ glas in loodramen.
Vermeldenswaardig zijn nog de ramen op de gaanderij. In elk middenraam is een symbool weergegeven. Ook de zijramen op de begane grond geven een kleurrijk lichtspel.